https://www.leev.nu/
http://www.krullaardsperfectreset.nl/
http://www.wehelpen.nl/
http://msresearch.nl/

Chronisch ziek zijn kun je vergelijken als leven met een half gevuld glas. De pessimist zal het glas als half leeg zien. Hij ziet vooral de gebreken. Voor de optimist is het glas half vol. Hij ziet primair wat er allemaal nog wél kan. Er is echter een derde optie, die begint met een vraag. ‘Waar is de kraan?’


Hi_130410EF_MG_0817

Als je een chronische ziekte hebt, confronteert dat je onontkoombaar met wat je niet meer kan. Je bent je in eerste instantie vooral bewust van de dingen die je vroeger nog wél kon en nu niet meer. Met een chronische ziekte lijk je in eerste instantie alleen maar te verliezen en niks te winnen. Ben je een pessimist als je je daar bewust van bent? Nee. Natuurlijk niet. Het zou getuigen van een beledigende simpliciteit om als blije doos uit te roepen: ‘Nog maar één been? Dan kun je toch leuk hinkelen?!’ Een chronische ziekte is per definitie frustrerend. Als je het glas niet als half leeg ziet, zou je in een droomwereld leven. Het glas is nou eenmaal half leeg. Dat is een gegeven. De vraag is alleen: ‘Wat dan?’

Wat mij helpt in tijden van tegenslag is het inzicht dat je je altijd ergens op een meetlat bevindt van – aan de ene kant – geweldig en – aan de andere kant – waardeloos. Het gevolg? Waar je je ook bevindt, je hebt de neiging jezelf te vergelijken. Wat is het gevolg van die vergelijking? Als je je vergelijkt met mensen die het beter hebben, voel je je gefrustreerd en tekortgedaan. Vergelijk je je met mensen die het slechter hebben, dan voel je je opeens gelukkig en dankbaar. Maar de ellende is: die vergelijking is per definitie relatief. Het verandert niets aan jou. Je bent nog steeds wie je bent. De vraag is dan ook niet waar je je mee zou moeten vergelijken, de vraag is wat het ons oplevert als we ons met anderen vergelijken. Het vergelijken zélf maakt je namelijk ongelukkig. Voortdurend over jezelf denken in termen van ‘goed’ of ‘fout’ is vermoeiend en vooral contraproductief. Je bent namelijk wie je bent. Je bent niet iets anders dan je bent. Het is niet een kwestie van jezelf gelukkig prijzen ten opzichte van andere mensen die ongelukkiger zijn dan jij. Geluk is je gelukkig prijzen met jezelf. Met alle pijn, frustratie en ellende die daar deel van uitmaken. Dat je jezelf kunt omarmen zoals je bent.

Een chronische ziekte accepteren is niet zwak of negatief. Integendeel. Het getuigt van kracht en een gezonde dosis realisme. Wat helpt is de troostrijke gedachte dat ná acceptatie vaak nieuwe, ongekende mogelijkheden zichtbaar worden. Dingen waarvan we niet eens wisten dat ze bestonden. Dat is het moment dat het er niet om gaat of het glas half leeg of half vol is, maar waar de kraan zich bevindt. Als je beseft hoe schaars je dagen zijn, kan elke dag die je nog hebt je gelukkig maken. Juist mensen die met tegenslag te maken hebben gehad, kunnen intens gelukkig zijn met hun geliefden, kinderen en collega’s. Een chronische ziekte helpt je het onderscheid te maken tussen belangrijke dingen (het welzijn van je kinderen, de verstandhouding met je partner) en onbelangrijke dingen (of je auto de APK haalt en of je man zijn sokken laat slingeren of niet).

Maar laten we voorzichtig blijven. Chronisch ziek zijn is geen zegen. Het is en blijft zwaar. Tegelijkertijd is het ook geen van God gegeven ramp. Het is wat het is. Niets meer en niets minder. Dat accepteren is niet beklemmend. Het is bevrijdend.

Berthold Gunster, schrijver en grondlegger van het Omdenken.

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail